Kuifje langs de Loire

Kuifje langs de Loire

Tientallen kastelen, de laatste wilde rivier van Frankrijk en gastronomisch genieten… dat zijn dee troeven van de Vallei van de Loire. We verkennen de rivieroevers, geklasseerd als werelderfgoed, in de voetsporen van boeren, koningen en… Kuifje.

In Tours, de stad van de heilige Sint-Maarten en één van de belangrijkste bedevaartsoorden in de middeleeuwen, staat gastvrijheid hoog in het vaandel. Dus loodst stadsgids Claire mij onverwijld naar Chez Hardouin, een huis van vertrouwen waar het op de middag steevast druk is. Op tafel verschijnen knapperig stokbrood en lokale specialiteiten: ribbetjes, rillons en rillettes, zwarte pens. Voor de durvers zijn er de fameuze andouillettes, “want niks gaat verloren”. De keuken van Tours is een boerenkeuken, bevestigt Claire. De legionairs en bedevaarders van weleer hebben plaats gemaakt voor studenten en toeristen, die in de luwte van de vakwerkhuizen van de Place Plumereau een terrasje doen. Een verleidelijke optie, maar ik zet koers naar het platteland.

 

Kasteelbouwers ondergronds

In het vergeten gehucht Goupillères, een halfuurtje rijden van het stadscentrum, ontvangt Louis-Marie Chardon mij in zijn Vallée Troglodytique en wandel ik met mijn gastheer door zijn lieflijke boomgaard.  “Als kind vond ik hier, in een woekerend bos aan de rand van de appelboomgaarden van mijn vader, enkele onderaardse grotten. Die onbekende onderwereld intrigeerde mij. Pas nadat ik de boomgaarden erfde ontdekte ik hier negen waterputten, negen schoorstenen en evenveel ovens.” Het behoud van deze drie grotten, een publiek eerbetoon aan de boeren die de tufsteen opdolven, is een missie. “Iedereen kent de kastelen van de Loire, maar wie weet nog waar de bouwsteen vandaan komt?” vraagt Louis-Marie. “Arme boeren kapten de tufsteen uit de krijtrots! Tot honderd jaar geleden woonden ze ondergronds, terwijl koningen en adel talloze kastelen bouwden.” Slechts aan het begin van de 20ste eeuw verlieten de boeren hun holen, sedertdien gebruikt voor de champignonkweek of als wijnkelder. Op de gezondheid van de kasteelbouwers drinken we een heerlijk glas appelsap-van-eigen-kweek in de koele grot.

 

Azay-le-Rideau

Wetend waar de bouwstenen vandaan komen, appreciëren we de monumenten des te meer. Op een boogscheut van de steengroeves annex grotwoningen, ligt Azay-le-Rideau, een elegant waterkasteel op een eilandje, pittoresk als in een romantisch landschapsschilderij. Trots weerspiegelen de imposante hoektorens en hoge daken in de Indre, slotgracht van dienst. De salamander, het gebeeldhouwde embleem van koning François Ier, een van de belangrijkste bouwheren van de vallei, kruipt opvallend op de gevel.

 

Chambord

In het kasteel van Amboise, halfweg tussen Tours en Blois, bereikt de renaissance Frankrijk. Charles VIII ontvangt er de eerste Italiaanse artiesten. François Ier, amper 14 jaar als hij de troon bestijgt, beleeft er een kindertijd tussen bevlogen geesten. De jonge vorst inviteert Leonardo da Vinci. De oude meester (begraven in de koningskapel) organiseert de feestelijkheden aan het hof en leeft zich uit als schilder, ingenieur en theatermaker. Onder zijn invloed evolueert de koninklijke bouwstijl van flamboyante gotiek naar renaissance, met als orgelpunt Chambord. Dit gigantische jachthuis telt 440 kamers, 365 torens en 1036 ramen, midden in een domein bijna zo groot als Parijs. De muur rond de 5500 hectare van de Réserve Nationale de Chasse de Chambord is 32 kilometer lang. Toch heeft geen vorst dit prestigieuze jachthuis ooit permanent bewoond. Anno 2015 is Chambord, het meest bezochte kasteel langs de Loire, goed voor 800.000 bezoekers per jaar.

 

Leonardo da Vinci in Frankrijk

Château du Clos Lucé, in het centrum van Amboise, huisvest het park Leonardo da Vinci, een lusttuin met speeltuigen, objecten en veertig maquettes die de visionaire kracht van de Italiaanse ingenieur tot leven brengen. De permanente tentoonstelling 'Leonardo da Vinci in Frankrijk' biedt tekst en uitleg bij de laatste levensjaren van de artiest en zijn werk in opdracht van de Franse koning.

http://www.vinci-closluce.com/en/nl/

 

Het gewone leven

Veel minder volk komt over de vloer in het Château de Meung, na Chambord nochtans het grootste kasteel van de Loire. “Het kasteel met de twee gezichten”, want enerzijds een middeleeuwse burcht, anderzijds classicistisch van stijl.  Tot de Franse revolutie resideerden hier de bisschoppen van Orléans. Grote namen uit de Franse geschiedenis zoals Charles VII, Louis XI, Jeanne d'Arc of de dichter François Villon waren hier te gast, de laatste enkele maanden geketend in de donkere cachotten. Jarenlang werd het kasteel verwaarloosd, tot het enkele jaren geleden van eigenaar wisselde. Elise en Xavier Lelevé dragen authenticiteit hoog in het vaandel. “Vroegere onnauwkeurige restauraties werden ongedaan gemaakt en alles werd in zijn oorspronkelijke toestand hersteld”, vertelt Elise terwijl we langs de kapel passeren waar plafonneerders druk in de weer zijn. Reeds dertig bemeubelde ruimtes bieden een inzicht in het dagelijkse leven in een kasteel, achter de schermen van de pracht en praal. De poederkamer, de kruidenkamer of de linnenruimte bieden een origineel alternatief voor het bladgoud en de wandtapijten van de royaal gedecoreerde paleizen. Videoprojecties in de vergeetput en anachronistische objecten, achteloos achtergelaten door robot Walter, maken het bezoek aan Meung kindvriendelijk en educatief. Een aanrader!

 

Tuin der lusten

Ver van woelig Parijs voelden de monarchen zich veiliger in hun burchten langs de Loire. En om dicht bij de macht te zitten, bouwde elk zichzelf respecterend edelman in de koningsvallei zijn eigen residentie. De argeloze bezoeker die zich van kasteel naar kasteel haast, loopt zo het risico op overdaad. Bekomen kan in de terrastuinen van het kasteel van Villandry. Ook deze parel, gebouwd door de minister van financiën van François Ier, werd eeuwenlang verwaarloosd. “Ruim honderd jaar geleden kocht mijn overgrootvader, een Spaans wetenschapper, het kasteel om er zijn collectie religieuze kunst tentoon te stellen”, vertelt Henri Carvallo. “Hij besloot de tuinen, heraangelegd volgens de toen heersende Britse mode van de parktuinen, in hun oorspronkelijke - Franse - glorie te herstellen.” Strak gesnoeide lindelanen en taxushagen domineren de tuin, een schitterend doolhof over drie niveaus. Verdwaal en geniet van de geometrische groentetuin, van de watertuin rond een rechthoekige waterpartij, van de kruidentuin, de liefdestuin en het labyrinth.

 

Kuifje op Molensloot

Ieder kind kent Cheverny, Hergé’s inspiratiebron voor Molensloot. Denk even de buitenste vleugels weg. Het kasteel, nog steeds in het bezit van afstammelingen van de 17de  eeuwse bouwheer, opende als een van de eerste de deuren voor het publiek. Neem je tijd, want het domein is zo uitgestrekt dat je het kan verkennen met een treintje en een bootje. Naast het bewonderen van de weelderige vertrekken van het kasteel, kan je er genieten van een interactieve Kuifje expositie. Mis ook de waanzinnige collectie jachttrofeeën niet, de buit van de kennel jachthonden die rond voedertijd steevast kijklustigen lokken. Alles getuigt hier van een rijk verleden. Na een proeverij van de Cour Cheverny, met de typische Romorantin-druif, beklim ik licht in de wind de trap van kapitein Haddock. “Opgelet met de vierde trede, duizend bommen en granaten.”

 

Praktisch

De Loire, ruim 1012 kilometer van de bron in het Centraal Massief naar de monding ten westen van Nantes, is niet alleen de langste rivier van Frankrijk, maar ook de wildste. Zandbanken maken de waterloop ongeschikt voor scheepvaart. De niet-gekanaliseerde Loire zoekt grotendeels haar eigen loop, als vanouds meanderend langs rietkragen en weelderige oevers waar bomen en struikgewas worstelen met de steeds wisselende waterstand.

Tussen Gien - waar de rivier een bocht naar het westen maakt - en Angers ligt de grootste concentratie kastelen.

 

Meer info

http://be.rendezvousenfrance.com/nl

of bij de volgende toeristische diensten :

CDT Loiret: www.tourismeloiret.com

C.D.T. Touraine: www.touraineloirevalley.com

O.T. de Tours: www.ligeris.com

C.D.T. Loir-et-Cher: www.coeur-val-de-loire.com

 

Erheen

Met de wagen

Tours ligt op 540 km van Brussel, ruim 5 uren rijden.

TGV

De TGV spoort in 3 uren van Brussel naar St-Pierre-des-Corps, het TGV station net buiten Tours. Een gratis pendeltrein brengt je in enkele minuten naar het station in het centrum van Tours.

Info over dienstregelingen en prijzen van de TGV Brussel-Frankrijk op www.b-rail.be, rubriek “reizen in Europa”.

 

Fietsen

De 300 kilometer fietspaden van www.chateauxavelo.com  zijn een onderdeel van het “La Loire à Vélo” project dat over 800 kilometer verkeersarme wegen de oevers van de Loire volgt, van Cuffy tot Saint-Brévin-les-Pins aan de Atlantische kust. Het parcours is gemakkelijk, zonder noemenswaardige hoogteverschillen en dus voor het ganse gezin. Over 280 kilometer (tussen Angers en Sully-sur-Loire) behoren de oevers van de Loire, rijk aan wijngaarden, kastelen en historische steden, tot het Unesco-Werelderfgoed. Het voorbije jaar trapten 800.000 fietsers langs de rivier.  www.loire-a-velo.fr

Reactie toevoegen